Visleurder

"de historie van de visleurder."

bron Historische vereniging Arnemuiden

In de zeventiende en de achttiende eeuw komen we al visleurders tegen. Door de aanleg van de spoorlijn, die in 1872 in gebruik werd genomen, ging een groot gebied voor de Arnemuidse visleurders open waar zij dankbaar gebruik van hebben gemaakt. In de eerste helft van de twintigste eeuw trachtten zij hun waren te slijten in heel Zuidwest Nederland, van Domburg tot Maastricht en van België tot Dordrecht. Al reisden zij dan met trein, bus of boot, toch kan van deze mensen worden gezegd dat zij een “loop”baan hadden met de nadruk op lopen. Ook is er een deel dat zich per transportfiets verplaatste. Na de oorlog kwam ook de bromfiets in zwang.

Arnemuiden

Oud-Arnemuiden komt reeds in 1223 voor in geschreven bronnen. In 1338 wordt in de Slag bij Arnemuiden, een zeeslag in de Honderdjarige Oorlog, voor het eerst in Europa gebruik gemaakt van drie kanonnen en een handvuurwapen met buskruit.[1] Oud-Arnemuiden is rond 1440 door de Arne verzwolgen. Ongeveer twintig jaar bestond een tweede Arnemuiden, dat ook weer in het water verdween. Rond het jaar 1462 werd het huidige Arnemuiden gesticht. Nieuw-Arnemuiden lag gunstig en had een goede rede waar grote schepen makkelijk aan konden leggen, de haven groeide uit tot een van de belangrijkste Zeeuwse havens van de 15e en 16e eeuw. De koopvaardijschepen lagen soms rijen dik voor de kust. In 1496 lagen er 135 schepen op de rede van Arnemuiden. Die begeleidden de Spaanse prinses Johanna, die in Lier ging trouwen met Filips de Schone. In 1522 werd keizer Karel V uit Engeland opgehaald. 150 schepen vertrokken daarvoor vanuit Arnemuiden. In een jaar als 1570 deed een groot aantal handelsschepen de haven aan, waaronder alleen al 400 zoutschepen. Er verbleven veel vreemdelingen in de havenstad; er waren meer herbergen dan in Middelburg. Deze vreemdelingen hadden allerlei handelswaar bij zich uit verre streken. Bij archeologische onderzoeken vindt men daar soms nog iets van terug. De handel legde Arnemuiden geen windeieren. In 1505 werd begonnen met de bouw van de aan Sint-Maarten gewijde grote kruiskerk en ook andere bijzondere gebouwen verrezen in die tijd van welvaart.

Ons team

Informatie volgt.